Wie mag in de gezinswoning blijven tijdens een echtscheiding, en wat kost dat?
Een van de eerste vragen bij een nakende echtscheiding is vaak: “Moet ik uit mijn huis vertrekken?”
Daarmee worden eigenlijk verschillende vragen tegelijk gesteld. Wie mag tijdens de procedure in de woning blijven? Moet degene die blijft wonen daarvoor een vergoeding betalen? Wie betaalt ondertussen de hypotheek? En betekent vertrekken dat u later geen aanspraak meer kunt maken op de woning?
Het is belangrijk deze vragen van elkaar te onderscheiden.
Kan mijn echtgenoot mij verplichten de woning te verlaten?
Niet zomaar.
Zolang echtgenoten geen akkoord hebben en er nog geen rechterlijke beslissing is, kan één echtgenoot in principe niet eenzijdig beslissen dat de andere voortaan geen toegang meer krijgt tot de gezinswoning.
De gezinswoning geniet bovendien een bijzondere wettelijke bescherming. Die bescherming geldt zelfs wanneer de woning uitsluitend eigendom is van één van de echtgenoten.
Bij een ernstig verstoorde relatie kan de familierechtbank voorlopige maatregelen nemen. Artikel 1253ter/5 Ger.W. bepaalt uitdrukkelijk dat de rechtbank onder meer de afzonderlijke verblijfplaats van de echtgenoten of wettelijk samenwonenden kan vaststellen.
De rechtbank kan dus beslissen dat één partner voorlopig in de gezinswoning blijft en dat de andere elders moet verblijven.
Dat is een voorlopige maatregel. De rechter beslist op dat ogenblik niet wie uiteindelijk eigenaar van de woning zal worden.
Krijgt de eigenaar automatisch het recht om te blijven?
Neen.
Dit is een veel voorkomende misvatting.
Stel dat de woning vóór het huwelijk door de man werd gekocht en uitsluitend zijn eigendom is. Dat betekent niet noodzakelijk dat hij tijdens de echtscheidingsprocedure automatisch degene is die in de woning mag blijven.
Bij de voorlopige maatregelen kijkt de familierechtbank naar de concrete gezinssituatie.
Ook de niet-eigenaar kan dus tijdelijk het genot van de woning verkrijgen.
Omgekeerd wordt de niet-eigenaar daardoor uiteraard geen eigenaar. De beslissing regelt alleen wie de woning voorlopig mag gebruiken.
Waarmee houdt de familierechter rekening?
Er bestaat geen mathematische formule. De rechtbank maakt een belangenafweging.
In de praktijk kunnen onder meer volgende omstandigheden belangrijk zijn:
- waar de kinderen voornamelijk verblijven;
- hun school en vertrouwde leefomgeving;
- de mogelijkheid voor iedere partner om andere geschikte huisvesting te vinden;
- de financiële mogelijkheden van beide partners;
- de mogelijkheid om de kosten van de woning verder te dragen;
- de afstand tot het werk;
- een zelfstandige activiteit of praktijk die vanuit de woning wordt uitgeoefend;
- gezondheidsproblemen of een speciaal aangepaste woning;
- de bestaande feitelijke toestand;
- ernstige conflicten of partnergeweld.
Het belang van de kinderen weegt vaak zwaar, maar het is niet zo dat de ouder bij wie de kinderen verblijven automatisch de woning krijgt.
De rechter beoordeelt telkens welke voorlopige oplossing in de concrete omstandigheden het meest verantwoord is.
Kan mijn ex de sloten veranderen?
Wanneer het om de beschermde gezinswoning gaat, is het bijzonder riskant om zonder akkoord of rechterlijke beslissing de andere echtgenoot eenvoudigweg buiten te sluiten.
Zolang niet is beslist over de afzonderlijke verblijfplaatsen, kan één echtgenoot niet zomaar doen alsof de andere geen enkel recht meer heeft om de woning te betreden. Ook wanneer slechts één echtgenoot eigenaar is, geniet de gezinswoning tijdens het huwelijk een bijzondere bescherming. (notaris.be)
Is samenwonen werkelijk onmogelijk, dan is de juridisch correcte oplossing dus niet eigenmachtig de sloten veranderen, maar zo nodig de familierechtbank vragen om het exclusieve gebruik van de woning voorlopig aan één van de partners toe te kennen.
Wat bij partnergeweld?
Bij partnergeweld gelden bijzondere beschermingsregels.
Artikel 1253ter/5 Ger.W. voorziet dat, wanneer aan de wettelijke voorwaarden inzake geweld is voldaan, het slachtoffer de familierechtbank kan verzoeken om bij voorrang het genot van de echtelijke of gemeenschappelijke verblijfplaats te verkrijgen.
De wetgever geeft in dergelijke omstandigheden dus bijzonder gewicht aan de bescherming van het slachtoffer. (Etaamb)
“De rechter heeft mij het huis toegewezen.” Ben ik dan eigenaar?
Neen.
Dit moet scherp worden onderscheiden.
Wanneer een familierechter beslist:
“Mevrouw mag voorlopig in de gezinswoning blijven wonen”
betekent dat niet:
“Mevrouw wordt eigenaar van de gezinswoning.”
De eigendom wordt later geregeld.
Bij de vereffening-verdeling moet onder meer worden onderzocht:
- van wie de woning juridisch is;
- hoeveel de woning waard is;
- hoeveel hypotheekschuld nog openstaat;
- welke eigen gelden iedere echtgenoot erin heeft geïnvesteerd;
- of er vergoedings- of schuldvorderingen bestaan;
- en of één van de echtgenoten de woning uiteindelijk kan overnemen.
Wie tijdens de procedure in de woning blijft, heeft dus geen automatisch voorrecht om ze later definitief over te nemen.
Moet degene die blijft wonen “huur” betalen aan de andere echtgenoot?
Dat kan.
We spreken juridisch meestal over een woonstvergoeding, bezettingsvergoeding of gebruiksvergoeding.
Wanneer een woning aan beide partners toebehoort maar slechts één van hen ze exclusief gebruikt, geniet die persoon alleen van een goed waarvan ook de andere mede-eigenaar gerechtigd is.
Dat exclusieve genot kan aanleiding geven tot een vergoeding.
Is de woonstvergoeding altijd de helft van de huurwaarde?
Neen.
In de praktijk wordt vaak vertrokken van de normale huurwaarde.
Een voorbeeld:
De woning heeft een normale huurwaarde van € 1.600 per maand en beide ex-echtgenoten zijn voor de helft gerechtigd.
Dan lijkt € 800 per maand op het eerste gezicht een logisch uitgangspunt voor de aanspraak van degene die de woning niet kan gebruiken.
Maar dit is geen absolute wettelijke regel.
Het Hof van Cassatie heeft uitdrukkelijk geoordeeld dat niet kan worden aangenomen dat een ex-echtgenoot die een gemeenschappelijk pand alleen betrekt onder alle omstandigheden automatisch een woonstvergoeding verschuldigd is gelijk aan de helft van de huurwaarde.
De concrete omstandigheden blijven dus belangrijk.
Bij betwisting kan de huurwaarde worden vastgesteld aan de hand van vergelijkbare huurpanden, een schatting door een vastgoeddeskundige of eventueel een gerechtelijke expertise.
Vanaf wanneer is een woonstvergoeding verschuldigd?
Ook daarover bestaat vaak verwarring.
De dag waarop één echtgenoot feitelijk de woning verlaat, is niet noodzakelijk automatisch de juridische begindatum.
Bij echtgenoten die onder een gemeenschapsstelsel zijn gehuwd, is artikel 1278 Ger.W. bijzonder belangrijk. De vermogensrechtelijke gevolgen van de echtscheiding werken tussen de echtgenoten in beginsel terug tot de dag waarop de echtscheidingsvordering werd ingesteld. Wanneer meerdere vorderingen werden ingesteld, geldt in principe de datum van de eerste vordering.
Maar daarnaast moet uiteraard worden nagegaan vanaf wanneer één echtgenoot het exclusieve genot van de woning had.
Bij echtgenoten gehuwd onder scheiding van goederen, of wanneer de woning reeds in gewone onverdeeldheid aan beiden toebehoorde, kan de analyse opnieuw anders zijn.
Een correcte begindatum vereist daarom onderzoek van:
- het huwelijksstelsel;
- de eigendomstitel;
- de datum van feitelijke scheiding;
- de datum van de echtscheidingsvordering;
- de datum waarop de exclusieve bewoning begon;
- en eventuele overeenkomsten of rechterlijke beslissingen.
Kan worden afgesproken dat één echtgenoot gratis blijft wonen?
Ja.
Partijen kunnen overeenkomen dat één echtgenoot gedurende een bepaalde periode kosteloos in de woning verblijft.
Ook in het kader van voorlopige maatregelen kan het voordeel van de kosteloze bewoning een rol spelen bij de onderhoudsverplichting tussen echtgenoten.
Maar men mag niet automatisch aannemen:
“De familierechter heeft beslist dat ik in het huis mag blijven, dus ik moet nooit een woonstvergoeding betalen.”
Dat volgt niet noodzakelijk uit de enkele toewijzing van het gebruik van de woning.
Wanneer partijen gratis bewoning willen overeenkomen, is het daarom verstandig dit uitdrukkelijk te vermelden.
Bijvoorbeeld:
“Het exclusieve genot van de gezinswoning wordt kosteloos toegekend en geeft gedurende deze periode geen aanleiding tot enige woonstvergoeding.”
Dat ene zinnetje kan later een aanzienlijke discussie vermijden.
Wie betaalt ondertussen de hypotheek?
Dit is vaak financieel nog belangrijker dan de woonstvergoeding.
Stel dat beide echtgenoten de hypothecaire lening hebben ondertekend.
Een beslissing van de familierechter dat één echtgenoot voorlopig de lening moet betalen, wijzigt op zichzelf de overeenkomst met de bank niet.
Tegenover de bank blijven beide kredietnemers gehouden, zolang de bank niet heeft ingestemd met een ontslag van één van hen.
Tussen de echtgenoten onderling ligt dat anders.
Wanneer na de relevante vermogensrechtelijke datum één echtgenoot met eigen gelden méér van de gemeenschappelijke of onverdeelde schuld betaalt dan uiteindelijk voor zijn rekening moet blijven, kan dit bij de vereffening-verdeling aanleiding geven tot een onderlinge afrekening.
Maar ook hier moet genuanceerd worden.
De volgende bedragen hoeven niet noodzakelijk allemaal op dezelfde manier te worden behandeld:
- aflossing van kapitaal;
- intresten;
- schuldsaldoverzekering;
- brandverzekering;
- onroerende voorheffing;
- noodzakelijke herstellingen;
- grote renovatiewerken.
Daarom is de eenvoudige redenering:
“Ik betaalde na de scheiding de hele hypotheek, dus mijn ex moet mij de helft terugbetalen”
niet altijd juridisch correct.
Worden woonstvergoeding en hypotheek tegen elkaar verrekend?
In veel vereffening-verdelingen staan beide posten inderdaad tegenover elkaar.
Bijvoorbeeld:
De man verlaat de woning.
De vrouw blijft er vijf jaar alleen wonen en zou een woonstvergoeding verschuldigd kunnen zijn.
Maar gedurende diezelfde vijf jaar betaalt zij alleen de volledige hypothecaire lening.
Bij de vereffening ontstaan dan verschillende rekeningen die uiteindelijk in een globale afrekening terechtkomen.
Het is echter niet correct om zonder verdere berekening simpelweg de woonstvergoeding met de volledige hypotheekbetaling te compenseren.
De juridische aard en periode van iedere betaling moeten afzonderlijk worden onderzocht.
Verlies ik mijn rechten wanneer ik vrijwillig vertrek?
Neen.
Wie uit de gezinswoning vertrekt, doet daardoor niet automatisch afstand van:
- zijn eigendomsrecht;
- zijn aandeel in de woning;
- zijn aanspraken bij de vereffening-verdeling;
- of het recht om later de overname van de woning te vragen.
Vertrekken betekent dus niet dat u “het huis weggeeft”.
Toch kan een vrijwillig vertrek feitelijke gevolgen hebben.
Wanneer bijvoorbeeld de andere ouder gedurende lange tijd met de kinderen in de woning blijft wonen en daar een stabiele situatie ontstaat, kan de familierechtbank met die feitelijke toestand rekening houden wanneer later voorlopige maatregelen worden besproken.
Het is daarom verstandig om bij een vertrek minstens schriftelijk vast te leggen vanaf welke datum men vertrekt en welke afspraken gelden over woning, kinderen, lening en kosten.
Wat als het een huurwoning is?
Dan gelden bijzondere regels.
Volgens artikel 51 van het Vlaamse Woninghuurdecreet is een echtgenoot of wettelijk samenwonende van rechtswege huurder, zelfs wanneer oorspronkelijk slechts één van hen de huurovereenkomst heeft ondertekend.
Bij het einde van het huwelijk of de wettelijke samenwoning kunnen de partners afspreken wie de huurovereenkomst voortzet. Raken zij het niet eens, dan kan de rechter bepalen wie huurder blijft.
Voor feitelijk samenwonenden is de bescherming veel beperkter. Daar moet in het bijzonder worden nagegaan wie de huurovereenkomst heeft ondertekend en of de andere partner later medehuurder is geworden.
Besluit
Wie tijdens een echtscheiding in de gezinswoning mag blijven, wordt niet uitsluitend bepaald door de vraag wie eigenaar is.
Wanneer partijen geen akkoord bereiken, kan de familierechtbank voorlopig bepalen wie in de woning blijft en wie elders woont. Daarbij kunnen onder meer de situatie van de kinderen, de financiële mogelijkheden, beschikbare alternatieve huisvesting en de concrete gezinssituatie een rol spelen.
Die voorlopige beslissing bepaalt echter niet wie de woning uiteindelijk krijgt. Meer info over de overname van de gezinswoning vindt u hier :
( hier interne link voorzien naar artikel op website inzake overname van de gezinswoning)
Wie de woning alleen blijft gebruiken, kan bovendien een woonstvergoeding verschuldigd zijn. Tegelijk moet rekening worden gehouden met de hypotheek en andere kosten die na de scheiding door één van de partijen worden betaald.
De discussie over de gezinswoning bestaat daarom bijna nooit uit slechts één rekening.
Blijven wonen betekent niet dat u eigenaar wordt. Vertrekken betekent niet dat u uw rechten verliest. En exclusief blijven wonen is niet noodzakelijk gratis.
Discussie over de gezinswoning bij een echtscheiding?
Ons kantoor staat cliënten bij inzake voorlopige maatregelen voor de familierechtbank en bij de daaropvolgende vereffening-verdeling, onder meer bij geschillen over de gezinswoning, woonstvergoeding, hypothecaire lening, eigen inbreng en overname van de woning.
U kunt ons contacteren voor een eerste bespreking van uw concrete situatie.