Skip to main content

Overname van de gezinswoning: uw rechten naargelang uw samenlevingsvorm

Materies

Bij een relatiebreuk of overlijden rijst vaak de cruciale vraag: wie kan de gezinswoning behouden?

Het antwoord daarop hangt in belangrijke mate af van uw juridische statuut: huwelijk, wettelijke samenwoning of feitelijke samenwoning. De verschillen zijn aanzienlijk en hebben een directe impact op uw mogelijkheden om de woning over te nemen.

Met de wet van 11 december 2025 (in werking sinds 17 januari 2026) werd het kader bovendien grondig hervormd, in het bijzonder voor wettelijk samenwonenden.

Gehuwden: een uitgewerkt en beschermend systeem

Voor gehuwden bestaat al geruime tijd een duidelijke wettelijke regeling inzake de preferentiële toewijzing van de gezinswoning.

Op basis van de artikelen 2.3.13 en 2.3.14 BW kan een echtgenoot bij de vereffening-verdeling na echtscheiding of overlijden vragen om:

  • de gezinswoning,
  • het huisraad,
  • en bepaalde beroepsgoederen
    bij voorrang te verkrijgen.

Dit betekent concreet dat één van de echtgenoten de woning kan overnemen, mits betaling van een eventuele opleg aan de andere.

De familierechtbank maakt daarbij een belangenafweging en houdt rekening met:

  • de gezinssituatie (in het bijzonder de kinderen),
  • de concrete belangen van beide partijen,
  • en de financiële draagkracht.

Het systeem biedt een belangrijke bescherming tegen situaties waarin een openbare verkoop zou worden afgedwongen, ondanks het feit dat één partner een duidelijk groter belang heeft om in de woning te blijven.

Wettelijk samenwonenden: sinds 2026 een volwaardig recht

Voor wettelijk samenwonenden bestond deze mogelijkheid lange tijd niet. Dat verschil met gehuwden werd als problematisch beschouwd en uiteindelijk wettelijk rechtgezet.

Sinds de wet van 11 december 2025 beschikken ook wettelijk samenwonenden over een eigen regeling inzake preferentiële toewijzing, opgenomen in de artikelen 1480 en 1481 oud Burgerlijk Wetboek.

Bij overlijden

Op grond van artikel 1480 oud BW kan de langstlevende partner vragen om de gezinswoning bij voorrang te verkrijgen, evenals het huisraad en bepaalde beroepsgoederen, wanneer deze zich in onverdeeldheid bevinden.

Bij beëindiging van de samenwoning

Op grond van artikel 1481 oud BW kan elke partner, bij het einde van de wettelijke samenwoning, de familierechtbank verzoeken om de woning bij voorrang aan hem of haar toe te wijzen.

De rechter beoordeelt dit verzoek op basis van:

  • de wederzijdse belangen van de partijen,
  • en de mogelijkheid om een opleg te betalen.

In de praktijk betekent dit dat wettelijk samenwonenden vandaag een gelijkaardig instrument beschikken als gehuwden om de gezinswoning over te nemen.

Bijzondere bescherming bij partnergeweld

De wet voorziet daarnaast in een versterkte bescherming voor slachtoffers van partnergeweld.

In dergelijke situaties zal het verzoek tot preferentiële toewijzing in principe worden ingewilligd, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, wanneer:

  • de feiten strafrechtelijk zijn vastgesteld, of
  • de strafprocedure werd afgesloten via strafrechtelijke bemiddeling.

Deze regeling geldt zowel voor gehuwden als voor wettelijk samenwonenden en beoogt een effectieve bescherming van de kwetsbare partner.

Feitelijk samenwonenden: beperkte mogelijkheden

Voor feitelijk samenwonenden bestaat er geen specifieke wettelijke regeling inzake preferentiële toewijzing.

Dit heeft belangrijke gevolgen:

  • er is geen recht om de gezinswoning bij voorrang te verkrijgen,
  • de eigenaar behoudt in principe volledige controle over het goed,
  • bij mede-eigendom kan enkel via onderhandelingen of een gerechtelijke verdeling een oplossing worden bereikt.

Zonder voorafgaande afspraken (bijvoorbeeld in een overeenkomst) is de juridische positie van feitelijk samenwonenden dan ook duidelijk zwakker.

Geen automatisch recht, wel een sterke hefboom

Het is belangrijk te benadrukken dat de preferentiële toewijzing geen automatisch recht op de woning inhoudt.

Het gaat om een juridisch instrument waarmee u de rechtbank kan verzoeken om de woning aan u toe te wijzen. De uiteindelijke beslissing hangt af van een concrete beoordeling van alle omstandigheden van het dossier.

In de praktijk vormt dit echter vaak een doorslaggevende hefboom om de gezinswoning effectief te kunnen behouden.

Besluit

De hervorming van 2025 heeft het onderscheid tussen gehuwden en wettelijk samenwonenden aanzienlijk verkleind.

  • Gehuwden beschikken over een gevestigde regeling via de artikelen 2.3.13 en 2.3.14 BW.
  • Wettelijk samenwonenden kunnen zich sinds 2026 beroepen op de artikelen 1480 en 1481 oud BW.
  • Feitelijk samenwonenden blijven aangewezen op het gemeen recht en op contractuele oplossingen.

Elke situatie vereist echter een grondige juridische analyse. De concrete eigendomsstructuur, de financiering en de gezinssituatie spelen telkens een doorslaggevende rol.

Advies nodig?

Wordt u geconfronteerd met een relatiebreuk of een discussie over de gezinswoning?

Tijdig juridisch advies kan het verschil maken tussen behoud en verlies van uw woning. Wij begeleiden u bij:

  • onderhandelingen en minnelijke regelingen
  • een tactische analyse van de situatie
  • procedures voor de familierechtbank
  • vereffening en verdeling van onverdeeldheden

Neem gerust contact op voor een gerichte analyse van uw situatie.

Maak nu een afspraak