Terug naar hoofdinhoud

De vennootschap van uw partner: De verborgen schat waarop u bij een echtscheiding recht op kunt hebben

Materies

U bent of was gehuwd met iemand die zijn of haar beroep uitoefende via een vennootschap. De aandelen stonden op naam van uw partner. U kreeg jaren te horen dat het bedrijf "krap zat" en dat er niets kon worden uitgekeerd. Nu, bij de vereffening, blijkt de vennootschap fors gegroeid en de huwgemeenschap mager. 

Dat is geen toeval, en het is ook geen situatie waar u zich bij hoeft neer te leggen.

Herkent u dit?

Het patroon is opvallend constant. De vennootschap bestond al vóór het huwelijk, of werd tijdens het huwelijk opgericht met eigen middelen. De aandelen zijn dus eigen goed van uw partner. Er werd een bescheiden bezoldiging uitgekeerd — genoeg om van te leven, niet meer. De winst bleef jaar na jaar in de vennootschap zitten als reserve.

Intussen zorgde u voor het gezin, voor de kinderen, werkte u deeltijds, of bouwde u zelf minder pensioen en loopbaan op. Wat er in de huwgemeenschap terechtkwam, was het huishoudgeld. Wat er in de vennootschap terechtkwam, was het vermogen.

Bij de echtscheiding wordt de huwgemeenschap verdeeld. De aandelen niet — die blijven eigen. En dan lijkt het alsof twintig jaar opbouw aan één kant is gaan zitten.

Het gaat soms over zeer aanzienlijke bedragen.

U hoeft geen kwade trouw te bewijzen

U hoeft niet aan te tonen dat uw partner u heeft willen benadelen. Geen kwade trouw, geen verborgen agenda, geen constructie. De vraag of er benadelingsopzet was, speelt geen rol.

Evenmin doet het ter zake dat u bij het huwelijk wist dat uw partner met een vennootschap werkte. Dat argument wordt vaak opgeworpen, en het houdt geen stand.

Waar het om gaat is een objectief gegeven: aantonen dat er vermogen in de huwgemeenschap had moeten terechtkomen, maar dat dit in de vennootschap van de echtgenoot is blijven zitten.

De regel: de keuze voor een vennootschap moet neutraal zijn

De wetgever heeft dit uitdrukkelijk willen aanpakken. Het uitgangspunt is dat de keuze van een echtgenoot om zijn beroep binnen of buiten een vennootschap uit te oefenen, huwelijksvermogensrechtelijk neutraal moet zijn. Het mag niet mogelijk zijn om beroepsinkomsten aan de gemeenschap te onttrekken door gebruik te maken van een vennootschapsstructuur.

Daaruit volgt dat de echtgenoot die zijn beroep uitoefent binnen een vennootschap waarvan de aandelen hem eigen zijn, aan het gemeenschappelijk vermogen een vergoeding verschuldigd is voor de netto-beroepsinkomsten die dat vermogen niet heeft ontvangen, maar redelijkerwijze had kunnen ontvangen indien het beroep niet binnen een vennootschap was uitgeoefend (art. 2.3.44, tweede lid BW — oud art. 1432, tweede lid BW).

Die vergoeding komt toe aan de huwgemeenschap. En die wordt verdeeld. In beginsel komt de helft ervan dus bij u terecht.

Bevestigd door het Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof heeft bij arrest van 5 maart 2026 deze principes bevestigd en geoordeeld dat er van enige schending van het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel geen sprake is.

Het Hof bevestigde dat wanneer een echtgenoot binnen het wettelijk stelsel zijn beroepsactiviteit organiseert in een vennootschap waarvan de aandelen eigen zijn, de vermogenswaarde inclusief meerwaarde eigen blijft, maar dat aan de gemeenschap een vergoeding verschuldigd is voor de inkomsten die zij redelijkerwijze had kunnen ontvangen indien het beroep niet in vennootschap werd uitgeoefend — en dat die vergoeding ook de meerwaarde omvat die dankzij de beroepsactiviteit werd verkregen.

De valkuil: de periode

De hierboven vermelde wettelijke regel is pas in werking sinds 1 september 2018. Over de vraag of hij ook geldt voor winsten die vóór die datum in de vennootschap werden opgepot, bestaat verdeeldheid. Een deel van de rechtsleer en van de rechtspraak past de bepaling niet met terugwerkende kracht toe.

Voor een huwelijk van vijfentwintig jaar zou dat betekenen dat er slechts een handvol jaren overblijft — en dat de grootste opbouw buiten schot valt.

Er bestaat evenwel een tweede grondslag, die ouder is dan de hervorming en die door de rechtspraak werd ontwikkeld. Er kan zelfs worden verdedigd dat de wettelijke regeling van 2018 net op die eerdere cassatierechtspraak voortbouwt.

In zijn arresten van 5 september 2013 en 30 januari 2014 oordeelde het Hof van Cassatie dat de echtgenoot die tijdens het huwelijk inspanningen levert aan een eigen goed waardoor een meerwaarde werd gerealiseerd, geen vergoeding verschuldigd is aan het gemeenschappelijk vermogen wanneer die inspanningen een bijdrage in de lasten van het huwelijk uitmaken. Vormen zij geen bijdrage in de lasten van het huwelijk, dan geven die inspanningen aanleiding tot vergoeding in zoverre het gemeenschappelijk vermogen hierdoor inkomsten heeft moeten derven.

In zijn arresten van 29 juni 2017 en 9 september 2021 oordeelde het Hof daarnaast dat werken die een echtgenoot buiten een professionele context verricht aan een eigen onroerend goed, geen aanleiding geven tot vergoeding, omdat het gemeenschappelijk vermogen daardoor niet werd verarmd.

A contrario volgt daaruit dat de verrijking van het eigen vermogen door inspanningen van een echtgenoot binnen een beroepscontext, die gepaard gaat met een verarming van het gemeenschappelijk vermogen, wél aanleiding moet geven tot een vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen.

Die redenering, oorspronkelijk ontwikkeld voor werken aan een eigen woning, laat zich toepassen op de meerwaarde die op eigen vennootschapsaandelen ontstaat doordat winst wordt gereserveerd in plaats van uitgekeerd.

Het is belangrijk om beroep te doen op een advocaat die gespecialiseerd is in de materie.

Let wel: geen automatisme

De vergoeding wordt niet automatisch toegekend. Het is aan u om zowel het recht op vergoeding als de omvang ervan aan te tonen. Dat mag met alle middelen van het recht, maar het komt neer op actief cijferwerk, en in vrijwel elk dossier van enige omvang komt er een deskundige aan te pas.

Die deskundige beantwoordt in wezen één vraag: welke inkomsten heeft de huwgemeenschap gederfd doordat opgebouwde reserves en dividenden niet op regelmatige basis werden uitgekeerd? Daarnaast wordt vaak parallel berekend hoeveel de waarde van het aandelenpakket tijdens het huwelijk is gestegen.

Dat kost tijd en geld. In dossiers waar de vennootschap substantieel is, weegt die kost meestal niet op tegen wat er op het spel staat — maar u moet er wel op voorbereid zijn.

Tijdig zijn

Bepaalde vorderingen binnen de gerechtelijke vereffening-verdeling moeten precies en tijdig worden geformuleerd bij of ter gelegenheid van het formuleren van de aanspraken bij de notaris-vereffenaar. Wie daarmee wacht tot een later stadium van de procedure, riskeert dat zijn vordering laattijdig wordt bevonden.

Anders gezegd: laat u van bij de aanvang van de echtscheidingsprocedure en de vereffening-verdeling bijstaan door een gespecialiseerde advocaat, wil u niet achter het net vissen en financieel in de kou blijven staan.

Was uw ex-partner actief via een eigen vennootschap?

Laat meteen bij de aanvang van de procedure vereffening-verdeling onderzoeken of er een vergoedingsaanspraak bestaat. Advocatenkantoor Alain COULIER is gespecialiseerd in vereffening-verdeling en relatievermogensrecht. Contacteer ons voor een eerste gesprek.

Maak nu een afspraak