Bijstand Politierechtbank Verkeersmisdrijven / verkeerszonden
bijstand Politierechtbank voor verkeerszonden / Verkeersmisdrijven / verkeersinbreuken
Advocaat Politierechtbank | Verkeersrecht Alain Coulier
Advocatenkantoor Alain COULIER helpt u en staat u bij wanneer u vervolgd wordt voor verkeersovertredingen- en misdrijven voor de Politierechtbank of wanneer u zelf het slachtoffer bent van een verkeersongeval. Het kantoor ziet er op toe dat de procedurevoorschriften op correcte wijze verlopen, zal waken over uw rechten van verdediging, en zal streven naar een zo licht mogelijke - dan wel aangepaste en/of alternatieve bestraffing voor de cliënt die wordt vervolgd. Het kantoor waakt er over dat slachtoffers van verkeersongevallen een zo maximaal mogelijke schadevergoeding bekomen zowel voor materiële schade als gebeurlijke lichamelijke schade.
De meeste verkeersdeelnemers kunnen beroep doen op een rechtsbijstandsverzekering, hetzij onder de vorm van een autonome verzekering, hetzij op een dekking rechtsbijstand die gekoppeld is aan een BA-voertuigverzekering en/of familiale verzekering, zodat zij vrije keuze hebben om zich te laten bijstaan door ons advocatenkantoor. Uw kosten en erelonen worden dan, binnen de grenzen van uw polis, gedragen door de rechtsbijstandsverzekeraar.
Het nieuwe Strafwetboek: wat verandert er sinds 1 september 2026?
Sinds 1 september 2026 is het nieuwe Strafwetboek van kracht. tegelijk werd de Wegverkeerswet aangepast aan het nieuwe strafsysteen (wet van 25 mei 2026). De wetgever wilde de bestaande verkeersstraffen zoveel mogelijk behouden, maar ze inpassen in het nieuwe systeem. Dit zijn de belangrijkste wijzigingen:
- Het onderscheid tussen overtredingen, wanbedrijven en misdaden verdwijnt. Er bestaan enkel nog misdrijven, ingedeeld in acht strafniveaus. De Wegverkeerswet gebruikt enkel de niveaus 1, 2 en 3; de meeste verkeersmisdrijven vallen onder niveau 1. Strafniveau 4 is actueel enkel van toepassing voor het misdrijf verzwaarde doding in het verkeer.
- Niveau 1: Er kan geen gevangenisstraf als hoofdstraf worden opgelegd. De rechter kiest tussen een geldboete, een werkstraf (20 tot 120 uur) of een probatiestraf (6 tot 12 maanden); bij feiten van geringe ernst is ook een veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring mogelijk. Daarnaast kan, en soms moet, een verval van het recht tot sturen (rijverbod) worden uitgesproken.
- Niveau 2: Gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar, of een straf onder elektronisch toezicht (1 maand tot 1 jaar), een werkstraf (meer dan 120 tot 300 uur) of een probatiestraf (meer dan 12 maanden tot 2 jaar). De gevangenisstraf is het laatste redmiddel: kiest de rechter daarvoor, dan moet hij motiveren waarom een andere straf niet volstaat. Bij verzachtende omstandigheden kan de rechter een straf van niveau 1 opleggen.
- Niveau 3: Gevangenisstraf van meer dan 3 tot 5 jaar. Bij verzachtende omstandigheden kan de rechter een straf van niveau 2 of niveau 1 opleggen.
- Niveau 4: Verzwaarde doding in het verkeer.
- Geldboetes: De Wegverkeerswet vermeldt voortaan per misdrijf zelf het bedrag van de geldboete. Dat wettelijke bedrag wordt nog vermenigvuldigd met de opdeciemen, die sinds 1 september 2026 een factor 1,25 bedragen. In de praktijk blijven de effectief te betalen bedragen daardoor gelijk aan die voor feiten gepleegd tussen 1 februari 2026 en 31 augustus 2026. In deze tekst vermelden wij telkens het effectieve bedrag, met het wettelijke bedrag tussen haakjes.
- het systeem van de overtredingen per graad (eerste tot vierde graad), de onmiddellijke inning en minnelijke schikking blijven bestaan.
Feiten gepleegd vóór 1 september 2026?
Voor die feiten blijft het principe de oude regeling van toepassing, tenzij de nieuwe regeling milder is: niemand kan zwaarder gestraft worden dan de wet toeliet op het ogenblik van de feiten. Voor oudere feiten moet dus telkens worden nagegaan welke regeling voor u het gunstigst is. Ook de factor van de opdeciemen hangt af van de datum van de feiten: x 8 voor feiten tot en met 31 januari 2026 en x 10 voor feiten van 1 februari 2026 tot en met 31 augustus 2026.
U heeft een snelheidsovertreding begaan. Wat nu?
Afhankelijk van de plaats waar de overtreding wordt begaan en de gevoerde snelheid zullen de gevolgen en sancties anders zijn.
Lichte snelheidsovertreding
U ontvangt een onmiddellijke inning vanwege de politie of een voorstel tot minnelijke schikking vanwege het politieparket. Indien u deze tijdig betaalt vervalt de strafvordering en kan u niet meer voor deze inbreuk worden vervolgd voor de politierechtbank.
Betaalt u niet of betwist u de overtreding, dan kan het parket u dagvaarden voor de politierechtbank. Een snelheidsovertreding wordt dan bestraft met een straf van niveau 1, met een geldboete van effectief 100 tot 5.000 euro (wettelijk 80 tot 4.000 euro x 1,25).
Quid bij een zware snelheidsovertreding?
Hier loopt u de kans om een verval van het recht tot sturen van een voertuig op te lopen. Bij een overschrijding met meer dan 30 km/u (of met meer dan 20 km/u binnen de bebouwde kom, in een zone 30, een schoolomgeving of een (woon)erf) kan de rechter een rijverbod uitspreken. Bij een overschrijding met meer dan 40 km/u (of met meer dan 30 km/u binnen de bebouwde kom, in een zone 30, een schoolomgeving of een (woon)erf) moet de rechter in principe een rijverbod van 8 dagen tot 5 jaar uitspreken; doet hij dat niet, dan moet hij dat motiveren. U zult zich dienen te verantwoorden voor de politierechtbank.
De rechter kan u veroordelen tot een straf van niveau 1: een geldboete van effectief 100 tot 5.000 euro (wettelijk 80 tot 4.000 euro x 1,25) of, in de plaats daarvan, een werkstraf of een probatiestraf, telkens eventueel samen met een rijverbod. Deze sancties kunnen soms voor een deel met uitstel worden opgelegd; van het rijverbod moet dan wel minstens 8 dagen effectief worden uitgevoerd. Het rijverbod kan beperkt worden naar gelang de omstandigheden voor bepaalde categorieën (bv. enkel B) of er kan de gunst van weekendverval worden toegekend.
Het nieuwe Strafwetboek laat de rechter ook toe een probatiestraf op te leggen, bijvoorbeeld met de voorwaarde een verkeerscursus te volgen. Sommige politierechters staan bovendien toe dat er geen effectieve bestraffing wordt opgelegd indien een verkeerscursus wordt gevolgd en er geen nieuwe inbreuken worden begaan binnen de 3 jaar.
Nieuwe verkeersinbreuk binnen de 3 jaar nadat u definitief werd veroordeeld voor een eerdere zware verkeersinbreuk.
In geval van veroordeling wegens het begaan van een zware snelheidsovertreding en er binnen de drie jaar na deze veroordeling opnieuw een zware verkeersovertreding begaat (het is niet vereist dat de nieuwe inbreuk opnieuw een snelheidsovertreding betreft) is er sprake van herhaling.
De wet voorziet in een rijverbod van minstens 3 maanden en in het verplicht opleggen van een praktisch- en theoretisch rijexamen en een medische en psychologische proef (art. 38, § 6 Wegverkeerswet). Bij een nieuwe herhaling loopt het minimum van het rijverbod op tot 6 en vervolgens 9 maanden. Bovendien wordt de geldboete voor een snelheidsovertreding verdubbeld bij herhaling binnen de drie jaar (art. 29, § 4 Wegverkeerswet).
Jonge bestuurders
De wetgever heeft weinig vertrouwen in jonge bestuurders (ttz. bestuurders die minder dan 2 jaar hun rijbewijs hebben behaald) en sanctioneert deze strenger.
In plaats van een mogelijk rijverbod voor bepaalde inbreuken dient de rechter een effectief rijverbod op te leggen.
Voorts is de rechter verplicht u het theoretisch of praktisch rijexamen te laten overdoen. De meeste rechters laten toe dat u of uw advocaat uw voorkeur laat kennen.
Drugs in het verkeer
Rijden onder invloed van drugs wordt bestraft met een straf van niveau 1 (art. 37bis Wegverkeerswet). De geldboete bedraagt effectief 2.000 tot 20.000 euro (wettelijk 1.600 tot 16.000 euro x 1,25). Dat is hetzelfde effectieve bedrag als voor feiten gepleegd tussen 1 februari 2026 en 31 augustus 2026; voor feiten gepleegd tot en met 31 januari 2026 bedraagt de geldboete 1.600 tot 16.000 euro. Daarnaast kan de rechter een rijverbod uitspreken.
De Parketten kennen geen tolerantie voor drugs in het verkeer en gaan dan ook systematisch over tot dagvaarding voor de politierechtbank.
Blijkt ter zitting dat u verslaafd is dan kan de rechter naast een geldboete en een rijverbod ook ten titel van veiligheidsmaatregel bij toepassing van artikel 42 wegverkeerswet geestelijk en/of lichamelijk ongeschikt verklaren voor het rijden met een voertuig.
Deze veiligheidsmaatregel gaat onmiddellijk in zodat u uw rijbewijs onmiddellijk moet afgeven.
Indien u binnen de 3 jaar na een eerdere veroordeling opnieuw rijdt onder invloed van drugs, met een alcoholconcentratie van 0,8 promille of meer, of in staat van dronkenschap, dan valt de bestraffing streng uit (art. 36 Wegverkeerswet):
- Een straf van niveau 2: een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar of een alternatieve straf (straf onder elektronisch toezicht, werkstraf of probatiestraf), met daarnaast een geldboete van effectief 4.000 tot 50.000 euro (wettelijk 3.200 tot 40.000 euro x 1,25). Bij verzachtende omstandigheden kan de rechter een straf van niveau 1 opleggen, met dezelfde geldboete.
- Bij een nieuwe herhaling binnen de 3 jaar na de tweede veroordeling kan een straf van niveau 3 worden opgelegd (gevangenisstraf van meer dan 3 tot 5 jaar), met een geldboete van effectief 8.000 tot 100.000 euro (wettelijk 6.400 tot 80.000 euro x 1,25).
- een rijverbod van minimum 3 maanden (tot 5 jaar, of in bepaalde gevallen langer of levenslang), waarbij u het theoretisch en praktisch rijexamen en het medisch en psychologisch onderzoek opnieuw moet afleggen (art. 38, § 6 Wegverkeerswet).
Alcohol in het verkeer
Er is sprake van intoxicatie indien de wettelijke toegelaten marge wordt overschreden.
Er is sprake van dronkenschap indien iemand ten gevolge van het nuttigen van alcohol dermate van de kaart is dat hij de blijvende controle over zijn daden heeft verloren.
De bestraffing verzwaart naargelang de hoegrootheid van de alcoholopname.
Tussen 0.5 en 0.8 promille
- onmiddellijk rijverbod van 12 uren
- mogelijkheid tot onmiddellijke inning
- bij vervolging: een straf van niveau 1 met een geldboete van effectief 250 tot 5.000 EUR (wettelijk 200 tot 4.000 EUR x 1,25) en eventueel een rijverbod
Tussen 0.8 en 1.19 promille
- onmiddellijk rijverbod van 12 uren of onmiddellijke intrekking van het rijbewijs voor 15 dagen indien het rijgedrag als gevaarlijk wordt aanzien
- onmiddellijke inning mogelijk
- in geval er een vervolging wordt ingesteld: een straf van niveau 1 met een geldboete van effectief 2.000 tot 20.000 EUR (wettelijk 1.600 tot 16.000 EUR x 1,25) en een eventueel rijverbod
- mogelijkheid tot opleggen alcoholslot
Hoger dan 1.2 promille
- onmiddellijke intrekking van het rijbewijs gedurende 15 dagen
- onmiddellijke inning of een minnelijke schikking kan niet
- bij vervolging: een straf van niveau 1 met een geldboete van effectief 2.000 tot 20.000 EUR (wettelijk 1.600 tot 16.000 EUR x 1,25) en een eventueel rijverbod
- mogelijkheid tot oplegging alcoholslot
Hoger dan 1.8 promille
- onmiddellijke intrekking van het rijbewijs gedurende 15 dagen
- onmiddellijke inning of een minnelijke schikking kan niet
- dagvaarding voor de Politierechtbank: een straf van niveau 1 met een geldboete van effectief 2.000 tot 20.000 EUR (wettelijk 1.600 tot 16.000 EUR x 1,25) en een rijverbod gaande van minimum 8 dagen tot 5 jaar
- verplichting om alcoholslot op te leggen tenzij de rechter middels een bijzondere motivering beslist om zulks niet te doen
Dronkenschap of in soortgelijke toestand ten gevolge van het gebruik van drugs of geneesmiddelen
- onmiddellijke intrekking van het rijbewijs gedurende 15 dagen
- geen onmiddellijke inning of een minnelijke schikking
- dagvaarding voor de rechtbank: een straf van niveau 1 met een geldboete van effectief 2.000 tot 20.000 EUR (wettelijk 1.600 tot 16.000 EUR x 1,25) en een verplicht rijverbod van minstens 1 maand tot 5 jaar of definitief
- mogelijkheid tot opleggen van een alcoholslot
- verval van het recht tot sturen als beveiligingsmaatregel (art. 42 Wegverkeerswet)
Herhaling: wie binnen de 3 jaar na veroordeling opnieuw rijdt met 0,8 promille of meer, in staat van dronkenschap of onder invloed van drugs, riskeert een straf van niveau 2 en bij een nieuwe herhaling zelfs van niveau 3 , met een verplicht rijverbod van minstens 3 maanden (zie hierboven onder 'Drugs in het verkeer'). Verder dient verplicht een alcoholslot te worden opgelegd. Bij herhaling van rijden met 0,5 tot 0,8 promille wordt de geldboete verdubbeld.
VluchtMisdrijf
De steeds strengere bestraffingen van verkeersinbreuken leiden ertoe dat personen - die eventueel onder invloed rijden en/of zonder rijbewijs en/of zonder verzekerd te zijn - soms de vlucht nemen na het veroorzaken van een ongeval.
Om van vluchtmisdrijf te kunnen spreken dienen een aantal elementen cumulatief voorhanden te zijn:
- er dient een ongeval te hebben plaatsgevonden
- dit ongeval bracht schade toe aan iemand anders
- het ongeval dient te hebben plaatsgevonden op een openbare weg of een openbare plaats, zoals een publieke parking
- de dader dient de vlucht te hebben genomen teneinde zich aan vaststellingen te onttrekken
- de dader dient een voertuig of een dier te hebben bestuurd
- de dader dient te weten dat dit voertuig of dier de oorzaak van een ongeval is geweest
Op vluchtmisdrijf staan eveneens strenge straffen. Deze variëren naargelang de vlucht werd genomen na een ongeval te hebben veroorzaakt met enkel materiële schade dan wel een ongeval waarbij gewonden en/of doden vielen. Let wel: Vluchtmisdrijf bestaat ook wanneer u geen aansprakelijkheid draagt voor het ongeval, maar toch wegrijdt.
Wettelijke basis
Artikel 33 van de Wegverkeerswet van 16 maart 1968 stelt vluchtmisdrijf concreet strafbaar: Er is sprake van een vluchtmisdrijf wanneer een bestuurder bewust vertrekt om zich aan politiecontroles of andere vaststellingen te onttrekken.
Afhankelijk van de ernst van het ongeval kunnen bijkomende sancties worden opgelegd, zoals een rijverbod, verplichte examens of psychologische tests voor het terugkrijgen van het rijbewijs.
Welke straffen riskeert u?
De hoogte van de straf hangt dus sterk af van de aard en de ernst van het ongeval:
- Ongeval met alleen materiële schade
- Straf van niveau 1: geen gevangenisstraf meer, wel een geldboete, werkstraf fo probatiestraf
- Geldboete: effectief 2.000 tot 20.000 euro (wettelijk 1.600 tot 16.000 EUR x 1,25)
- Rijverbod: mogelijk, van 8 dagen tot 5 jaar
- Voor jonge bestuurders: hernieuwd theoretisch en/of praktisch examen gekoppeld aan het terugkrijgen van het rijbewijs - Ongeval met lichamelijke verwondingen
- Straf van niveau 2: gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar of een alternatieve straf (elektronisch toezicht, werkstraf of probatiestraf); bij verzachtende omstandigheden een straf van niveau 1
- Geldboete: effectief 4.000 tot 50.000 euro (wettelijk 3.200 tot 40.000 EUR x 1,25)
- Verplicht rijverbod: minstens 3 maand tot 5 jaar of levenslang
- Het recht tot sturen wordt pas hersteld na het slagen voor het theoretisch en praktisch examen en het psychologisch onderzoek - Ongeval met dodelijke afloop
- Straf van niveau 3: gevangenisstraf van meer dan 3 tot 5 jaar; bij verzachtende omstandigheden een straf van niveau 2 of 1
- Geldboete: effectief 4.000 tot 50.000 euro (wettelijk 3.200 tot 40.000 euro x 1,25)
- Verplicht rijverbod: minstens 3 maanden tot 5 jaar of levenslang
- Het recht tot sturen wordt pas hersteld na het slagen voor het theoretisch en praktisch examen en het psychologisch onderzoek - Recidive
- Wie binnen 3 jaar na een eerdere veroordeling voor vluchtmisdrijf opnieuw een vluchtmisdrijf pleegt bij een ongeval met materiële schade of letsels, riskeert een straf van niveau 3: gevangenisstraf van meer dan 3 tot 5 jaar
- Geldboete: effectief 4.000 tot 50.000 euro (wettelijk 3.200 tot 40.000 euro x 1,25)
- Verplicht rijverbod van minstens 3 maanden, met herstelexamens en -onderzoeken
Belangrijke juridische nuances
- Het moet bewezen zijn dat de persoon bewust wilde weggaan, dus gewild en opzettelijk vertrok om zich aan vaststellingen te onttrekken
- Het achterlaten van een naam of een telefoonnummer is niet automatisch voldoende; u blijft verantwoordelijk
- Zelfs later melden bij de politie kan nog steeds als vluchtmisdrijf worden beschouwd
- Opzet is vereist; een 'onopzettelijk vluchtmisdrijf' bestaat in principe niet
- In sommige gevallen kan eventueel een herkwalificatie worden bekomen naar 'niet ter plaatse zijn gebleven', hetgeen een aanzienlijk lagere bestraffing oplevert
Hoe handelen als slachtoffer?
Als u slachtoffer bent van een ongeval waarbij een andere partij is weggereden:
- Doe onmiddellijk aangifte bij de politie
Vraag dat alle relevante vaststellingen worden gemaakt: foto's, sporen, getuigen, kentekens, etc. - Meld het ongeval aan uw verzekeraar
Ook als de dader niet is geïdentificeerd, kan u mogelijk beroep doen op waarborgfondsen - Overweeg juridische bijstand
Een advocaat kan helpen uw verhaal goed te structureren en uw rechten te beschermen, zeker als de dader later bekend wordt of aansprakelijkheid betwist wordt
Recht op een advocaat bij vluchtmisdrijf
U heeft recht op rechtsbijstand van een advocaat in het kader van een vluchtmisdrijf, zowel als slachtoffer als verdachte.
Een rechtsbijstandverzekering komt in veel gevallen tussen teneinde de kosten en erelonen van uw advocaat en van de gerechtskosten te dekken. Wanneer u verzekerd bent, hebt u de vrije keuze om uw eigen advocaat te kiezen.
Waarom juridisch advies cruciaal is
- De straffen hangen sterk af van concrete feiten en omstandigheden (schade, betrokken personen, recidive, intentie)
- Er kan ruimte zijn voor verzachtende omstandigheden waardoor de rechter een straf van een lager niveau kan opleggen of voor een herkwalificatie van de tenlastelegging
- Strategisch procesadvies kan het verschil maken voor de uitkomst van een strafzaak
- Bij herhaling of bij ernstige ongevallen kan een doordachte juridische aanpak het verschil maken in straf, rijverbod en vergoedingen. Vluchtmisdrijf is een ernstig strafbaar feit met zware mogelijke sancties, vooral bij lichamelijk letsel of dodelijke afloop
DODING EN VERZWAARDE DODING IN HET VERKEER (artikelen 107 Nieuw strafwetboek)
Begrip en bijstand
Het nieuwe Strafwetboek maakt een onderscheid tussen doding in het verkeer en verzwaarde doding in het verkeer. Doding in het verkeer is het doden van een ander door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid in het kader van het verkeer (artikel 107 Strafwetboek). Daarop staat een straf van niveau 3: een gevangenisstraf van meer dan 3 tot 5 jaar, of bij verzachtende omstandigheden een straf van niveau 2 of 1. Daarnaast kan een rijverbod worden opgelegd, dat zelfs langer dan 5 jaar of levenslang kan zijn.
Verzwaarde doding in het verkeer (artikel 107/1 Strafwetboek), in het wetsontwerp eerder als verkeersdoodslag betiteld, is één van de zwaarste misdrijven in het verkeer. Het gaat om situaties waarin een bestuurder door een zware fout of nalatigheid de dood van een ander veroorzaakt.
Er is sprake van roekeloos of onverantwoord rijgedrag. Het gaat om doding in het verkeer welke gepaard gaat met een aantal inbreuken en/of omstandigheden, nl.:
- De bestuurder pleegt een overtreding van de vierde graad zoals bepaald in het KB van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtreding per graad van de algemene reglementering ter uitvoering van de wet betreffende de politie van het wegverkeer
- De bestuurder rijdt door het rode licht
- De bestuurder rijdt terwijl hij een GSM in de hand houdt
- De bestuurder rijdt buiten de bebouwde kom 40km/u sneller dan de toegelaten maximumsnelheid op de autosnelweg of gewestwegen of 30km/u te snel binnen de bebouwde kom, binnen een zone 30, een schoolomgeving of woonerf
- De bestuurder is geen houder van een rijbewijs of zijn rijbewijs werd ingetrokken, ongeldig verklaard of geschorst
- De bestuurder rijdt in staat van dronkenschap of in een soortgelijke staat als gevolg van substanties die de alertheid achter het stuur verminderen
- De bestuurder wiens rijbewijs werd beperkt tot voertuigen met een alcoholsot rijdt met een voertuig dat niet uitgerust is met een alcoholslot
Mogelijke straffen bij verzwaarde doding in het verkeer
Wie schuldig bevonden wordt aan verzwaarde doding in het verkeer riskeert zware gevolgen, zoals:
Een straf van niveau 4 zijnde:
- gevangenisstraf van meer dan 5 jaar tot ten hoogste 10 jaar; bij verzachtende omstandigheden kan de rechter een straf van niveau 3 of 2 opleggen
- eventueel een geldboete van 200 EUR tot 16.000 EUR
- en ook een rijverbod (tijdelijk, langer dan 5 jaar of levenslang). Wordt de bestuurder tegelijk veroordeeld voor een snelheids-, alcohol- of drugsmisdrijf, dan bedraagt het rijverbod minstens 3 maanden, en minstens 1 jaar bij herhaling van rijden onder invloed, met verplichte herstelexamens en -onderzoeken
Heeft de bestuurder bovendien de vlucht genomen, dan wordt het vluchtmisdrijf afzonderlijk bestraft (zie hoger: een straf van niveau 3 en een verplicht rijverbod). Ook eerdere veroordelingen kunnen tot een zwaardere bestraffing leiden.
Waarom juridische hulp belangrijk is
Verzwaarde doding in het verkeer heeft ingrijpende gevolgen voor slachtoffers, nabestaanden én de bestuurder zelf. Voor nabestaanden gaat het vaak om een plots en traumatisch verlies. Voor de bestuurder volgen er zware juridische procedures en een schuldvraag die emotioneel zwaar kan wegen.
Een gespecialiseerde advocaat kan hierbij het verschil maken. Zowel slachtoffers en hun families als bestuurders hebben recht op duidelijke informatie, goede verdediging en correcte begeleiding doorheen het gerechtelijk traject.
Advocaat in het kader van verkeersmisdrijven nodig?
Word jij of je naaste geconfronteerd met een dossier van doding in het verkeer of een ernstig verkeersongeval? Dan is het belangrijk om je juridisch bij te laten staan door een ervaren advocaat.
Wij kunnen je onder andere helpen bij:
- verdediging voor de rechtbank,
- advies bij rijverbod of geldboete,
- begeleiding bij schadeclaims,
- juridische ondersteuning voor slachtoffers en nabestaanden
Verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid (art. 42 Wegverkeerswet)
Het verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid is een ingrijpende maatregel die vaak volgt op alcohol- of drugsmisbruik.
Het kan evenwel ook opgelegd worden indien iemand aan een ernstige ziekte lijdt die iemands rijvaardigheid beïnvloedt.
De maatregel is niet bedoeld als straf, maar als bescherming van de samenleving.
Wie in deze situatie terechtkomt, doet er goed aan om tijdig professioneel advies in te winnen en de herzieningsprocedure zorgvuldig voor te bereiden.
De politierechter kan een verval van het recht tot sturen opleggen bij lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid, vaak door alcohol- of drugsmisbruik. Lees hier hoe de maatregel werkt en hoe u uw rijbewijs kunt terugkrijgen.
Wat betekent artikel 42 van de Wegverkeerswet?
Artikel 42 van de Wegverkeerswet geeft de rechter de mogelijkheid om het recht tot sturen te vervallen te verklaren wanneer een bestuurder lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden om een voertuig te besturen.
In de praktijk gaat het vaak om ernstig alcohol- of drugsmisbruik.
Belangrijk: dit is geen straf, maar een beveiligingsmaatregel om de verkeersveiligheid te waarborgen. De maatregel is bedoeld om de maatschappij te beschermen tegen bestuurders die een gevaar vormen op de weg.
Wanneer kan de rechter deze maatregel opleggen?
Elke bestuurder moet voldoen aan de medische normen vastgelegd in bijlage 6 van het Koninklijk Besluit van 23 maart 1998.
Wanneer er twijfel bestaat over de rijgeschiktheid, kan de rechter:
- Zelf vaststellen dat u ongeschikt bent (bijvoorbeeld op basis van de feiten of uw strafblad);
- Of een gerechtsdeskundige aanstellen om u te onderzoeken.
De gerechtsdeskundige voert meestal bloed-, urine- of haaranalyses uit om te bepalen of er sprake is van chronisch gebruik van alcohol of drugs.
Wordt u ongeschikt bevonden, dan kan de rechter u voor onbepaalde duur het recht tot sturen ontnemen.
Wanneer gaat het rijverbod in?
Volgens artikel 43 Wegverkeerswet:
- Gaat het verval onmiddellijk in bij de uitspraak, als u aanwezig bent in de rechtbank;
- Of bij de betekening door de gerechtsdeurwaarder, als u afwezig was.
Zelfs als u verzet of hoger beroep aantekent, blijft de maatregel onmiddellijk van kracht tot de rechter anders beslist.
U moet uw rijbewijs binnen vier dagen na kennisgeving inleveren bij de griffie van de politierechtbank. Doet u dit niet dan kunt u een bijkomende bestraffing oplopen.
Hoe kunt u uw rijbewijs terugkrijgen?
Na minstens zes maanden kunt u een herziening van de maatregel aanvragen op basis van artikel 44 Wegverkeerswet.
U doet dit via een verzoekschrift aan het Openbaar Ministerie bij de rechtbank die het verval uitsprak.
Voorwaarden:
- U moet aantonen dat u opnieuw rijgeschikt bent;
- U bewijst dit met medische attesten of analyses die aantonen dat u minstens zes maanden volledig onthouder bent geweest van alcohol of drugs;
- De rechter kan een nieuw onderzoek door een gerechtsdeskundige bevelen.
Wordt uw verzoek afgewezen, dan kunt u pas na zes maanden een nieuw verzoek indienen.
Tegen de beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Is het verval werkelijk levenslang?
Het verval op basis van artikel 42 is van onbepaalde duur, maar niet noodzakelijk levenslang.
U kunt het recht tot sturen herwinnen zodra u bewijst dat u opnieuw geschikt bent.
Let op: wanneer een levenslang rijverbod als straf werd uitgesproken (en niet als beveiligingsmaatregel), kan dit enkel via een genadeverzoek worden herzien.
Waarom juridische bijstand belangrijk is
De procedure tot herziening van het verval is juridisch en medisch complex.
Een gespecialiseerde advocaat kan:
- Uw verzoekschrift correct opstellen;
- U helpen de juiste medische bewijzen te verzamelen;
- En u vertegenwoordigen tijdens de zitting.
Bijstand van een ervaren advocaat verhoogt aanzienlijk de kans dat u uw rijbewijs sneller terugkrijgt.
Hulp nodig?
Heeft u een rijverbod wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of wilt u een herziening aanvragen?
Neem contact op met advocatenkantoor Alain Coulier met oog op een deskundig, efficiënt en doeltreffend advies.