Echtscheiding

Materies

Er zijn actueel twee types echtscheidingsprocedures :

1. De echtscheidingsprocedure op grond van onderlinge toestemming (EOT)

Dergelijke vorm van echtscheiding vereist dat de beide partners verplichtend over alle aspecten van de echtscheiding en haar gevolgen een akkoord hebben bereikt en dit vastleggen in een schriftelijke overeenkomst.

Dit akkoord dient te slaan op zowel de vermogensrechtelijke aspecten (wie krijgt welke goederen en onder welke voorwaarden) als omtrent de familiaalrechtelijke (uitoefening ouderlijk gezag over de kinderen, verblijfplaats kinderen, alimentaire regeling kinderen en eventueel ex-partner)

Het akkoord kan alles omvatten wat niet strijdig is met de openbare orde noch met dwingende regelgeving.

De procedure wordt bij de rechtbank ingeleid bij verzoekschrift. Normaal gezien dient u niet persoonlijk te verschijnen op de rechtbank.

Het vonnis waarbij de echtscheiding wordt uitgesproken en de inhoud van de tussen partijen bereikte overeenkomst wordt bekrachtigd wordt middels gerechtsbrief opgestuurd.

Het nadeel bij een echtscheiding op grond van onderlinge toestemming is dat de regeling die overeengekomen werd in principe onveranderlijk is, tenzij er zich nieuwe omstandigheden voordoen buiten de wil van partijen en de kinderen ingrijpend wijzigen en/of er conventioneel bepaalde duidelijke en sluitende herzieningsclausules ingelast werden.

Het is dan ook belangrijk om zich goed te laten begeleiden en adviseren en niet te lichtzinnig tot ondertekening van dergelijke overeenkomst over te gaan, gezien dit naderhand voor veel narigheid en frustratie kan zorgen. 

2. De echtscheidingsprocedure op grond van onherstelbare ontwrichting van het huwelijk (EOO)

Er zijn 3 subtypes/trajecten om tot een echtscheiding(svonnis) te komen :

a) de door de rechter bewezen geachte  onherstelbare ontwrichting van het huwelijk (229 BW, §1 BW).

Indien het aan de hand van voorgelegde gegevens duidelijk is dat het huwelijk schipbreuk heeft geleden en het niet meer zal worden verdergezet (bv. PV’s van slagen en verwondingen, facebookpost en foto’s die overspel bewijzen, chronische drank- en drugverslaving, strafrechtelijke veroordelingen, domicilie houden met een andere man/vrouw op hetzelfde adres…)

Het bewijs van de onherstelbare ontwrichting kan met alle middelen rechtens worden geleverd.

Sommige magistraten spreken eerder gemakkelijk de echtscheiding uit; anderen zijn veel strenger bij het beoordelen van de bewijslast.

De echtgenoot die de feiten inroept welke volgens hem de echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting wettigen dient deze te bewijzen. 

b) Op gezamenlijk verzoek van beide echtgenoten (art. 229 BW, §2 BW).

Indien de aanvraag tot echtscheiding gezamenlijk wordt gedaan door de twee echtgenoten, moet de rechter de echtscheiding uitspreken wanneer de echtgenoten op ogenblik van verschijning voor de rechtbank minstens zes maanden feitelijk gescheiden zijn en zij alsdan (nog steeds) vragen dat de echtscheiding wordt uitgesproken.

De feitelijke scheiding  kan met alle middelen worden bewezen: getuigenverklaringen onder ede, attesten van woonst/samenstelling gezin, huurovereenkomsten, e.a.

Indien de echtgenoten ten tijde van hun verschijning op de rechtbank nog niet sinds minstens zes maanden feitelijk gescheiden leven (of deze feitelijke scheiding door de rechtbank nog niet bewezen wordt geacht ), bestaat de mogelijkheid dat de echtgenoten de uitspraak van de echtscheiding bekomen indien zij beiden - hetzij middels hun advocaat- tot twee maal toe met een tussenperiode van minstens drie maanden hun wil tot scheiden hebben herbevestigd aan de rechtbank. 

Het voordeel van deze echtscheidingsvorm is dat men sowieso uit de echt kan scheiden zelfs al is men het niet over alle discussiepunten eens. De discussies over de regeling van de kinderen, gebruik van goederen, afzonderlijke verblijfplaats, alimentatie e.d. kunnen door de rechtbank dan worden beslecht.

c) Feitelijke scheiding van één jaar (art. 229, §3 BW). 

De echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting moet door de rechtbank verplicht worden uitgesproken wanneer de aanvraag wordt gedaan door één enkele echtgenoot en wanneer bewezen wordt dat de echtgenoten minstens één jaar feitelijke gescheiden leven op moment van het verzoek.

Indien de echtgenoten nog niet minstens één jaar feitelijk gescheiden zouden leven ten tijde van de behandeling van de zaak door de rechtbank of er twijfel is of de termijn van één jaar is bereikt, zal de rechter een tweede zitting bepalen hetzij onmiddellijk volgend op de termijn van één jaar feitelijke scheiding, hetzij op een termijn van één jaar na de eerste zitting (art. 1255, § 2, 2de lid Ger.W.).

Een echtgenoot kan de tegen hem of haar gevorderde echtscheiding dus maximum één jaar tegenhouden. 

Er kunnen zich natuurlijk complicaties voordoen indien de geldigheid van het huwelijk zou worden betwist en er een echtgenoot de nietigverklaring ervan zou vorderen.

Maak nu een afspraak

© B.V. Advocatenkantoor COULIER

Oostendestraat 11 & 20
8620 NIEUWPOORT

Tel: 058 24 26 64
Fax: 058 24 26 65

BTW 0879.173.059